Jurisprudentie nieuw ontslagrecht

Jurisprudentie nieuw ontslagrecht

Intussen zijn er sinds 1 juli 2015 diverse uitspraken gewezen onder het nieuwe ontslagrecht. Deze uitspraken laten zien dat de rechter de verscherpte regelgeving van de WWZ strikt uitvoert.

In de uitspraak van rechtbank Noord-Nederland d.d. 15 september 2015 had een bankmedewerkster de NAW-gegevens van de nieuwe vriendin van haar ex partner in het interne systeem geraadpleegd én ten aanzien van deze vriendin, zonder functionele noodzaak, een BKR-toets uitgevoerd. De bank heeft de medewerkster daarop op staande voet ontslagen wegens overtreding van de interne regelingen en gedragscode op het gebied van integriteitsregels. Het gegeven ontslag op staande voet werd door de medewerkster aangevochten. Hierop heeft de bank een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend. Hoewel de rechter oordeelde dat de medewerkster een ernstig verwijt te maken valt, werd het ontbindingsverzoek desondanks afgewezen: de bank had, alle omstandigheden van het geval overziend, en daarin mede in aanmerking nemende het lange dienstverband van de medewerkster en haar onberispelijke staat van dienst, met een minder verstrekkende sanctie moeten volstaan. Het ontslag op de staande voet werd vernietigd. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek werd afgewezen, omdat er volgens de nieuwe wettelijke regeling geen sprake was van een redelijke grond voor ontbinding.

Deze uitspraak laat goed zien dat het ontslagrecht met de introductie van de transitievergoeding weliswaar “goedkoper” is geworden, maar dat het zeker niet eenvoudiger is geworden om een werknemer te ontslaan. Een werkgever dient haar dossier goed op orde te hebben, wil een ontbindingsverzoek kans van slagen maken.
mr. G.E. (Ernst) Hattink

© 2020 Van Kempen Advocaten | Algemene Voorwaarden | Privacy policy | Cookie beleid

Website door