Ruimere vergoeding huurderving

Ruimere vergoeding huurderving

Op 22 mei 2013 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, een baanbrekende uitspraak gedaan over de vergoedingsplicht van de verzekeraar bij ten onrechte geweigerde uitkering. Het betrof een pand waarin brand was uitgebroken. De verzekeraar beschuldigde de verzekerde van brandstichting en weigerde uit te keren. De verzekerde heeft die weigering aangevochten, bijgestaan door Van Kempen advocaten.

Op enig moment in de inmiddels langdurige juridische procedure moest de verzekeraar erkennen dat zij uitkering niet kon weigeren. Vervolgens ontstond een geschil over het wel of niet herbouwen van het afgebrande pand en de daaraan verbonden gevolgen voor de hoogte van de uitkering. Bijna twee jaren na de brand werd door de verzekeraar een eerste voorschot betaald en kon de verzekerde aanvangen met het herstel van de afgebrande woning. Vast stond dat de herstelwerkzaamheden een jaar in beslag zouden nemen. Over de omvang van de totaal verschuldigde uitkering werd ondertussen verder geprocedeerd.

Tijdens de herstelwerkzaamheden kon de woning niet worden verhuurd. De gederfde huurinkomsten waren meeverzekerd voor de duur van maximaal 52 weken. Als de verzekeraar direct na de brand zijn verplichtingen zou zijn nagekomen, dan had het pand direct kunnen worden hersteld en zou het een jaar na de brand weer kunnen worden verhuurd. Doordat de verzekeraar lange tijd ten onrechte uitkering had geweigerd kon met het herstel pas bijna twee jaar later worden aangevangen. Op grond van de polisvoorwaarden werd de huurderving over die periode niet vergoed. Van Kempen advocaten heeft betoogd dat huurderving over een langere periode moest worden vergoed dan op grond van de polisvoorwaarden mogelijk zou zijn omdat uitsluitend door toedoen van de verzekeraar -onterecht dekking weigeren- gedurende twee jaar lang het pand niet kon worden hersteld.

De rechtbank heeft de verzekerde in het gelijk gesteld en geoordeeld dat een beroep van de verzekeraar op de beperking van de vergoeding van huurderving tot maximaal 52 weken naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is wegens het gedurende bijna twee jaren ten onrechte weigeren van uitkering. Naast de vergoeding van huurderving over de periode van 52 weken werd de verzekeraar veroordeeld tot (onder meer) vergoeding van de huurderving over de periode dat zij ten onrechte uitkering had geweigerd.

© 2019 Van Kempen Advocaten | Algemene Voorwaarden | Privacy policy | Cookie beleid

Website door